3 Dingen die je niet moet doen bij mensen met autisme

verboden

Voor mensen met autisme is sociale interactie meestal een lastig iets. Vaak vinden ze het moeilijk om op de juiste manier te reageren, hebben ze weinig tijd om alles goed te kunnen verwerken en kunnen ze andermans gevoelens niet altijd goed inschatten.

Maar voor de omgeving is het ook niet eenvoudig. Mensen met autisme reageren niet altijd zoals je verwacht. Zo kunnen ze plotseling in huilen uitbarsten of een woedeaanval krijgen of van streek raken van iets wat in jouw ogen onbenullig is. Maar hoe ga je dan om met iemand met autisme? Of eigenlijk: wat moet je vooral niet doen?

1. Aandringen

Als er iets is waar mensen met autisme slecht tegen kunnen, dan is het wel aandringen. Toen ik informatica studeerde, bleef ik na de les nog even op school om achter de computer te werken. Ik zat daar samen met wat studiegenoten. In de loop van de middag begon de vermoeidheid toe te slaan. We hadden hard gewerkt en ik was eraan toe om te stoppen. We zouden namelijk nog de stad in gaan.

Mijn studiegenoten drongen erop aan om nog even door te werken. In eerste instantie ging ik akkoord. Ik begon me wel steeds vervelender te voelen: een intense vermoeidheid rustte op me en op een bepaald moment kreeg ik zelfs zin om te huilen.




Ik vroeg of we intussen konden gaan, maar opnieuw moest er nog iets afgemaakt worden. Opeens barstte ik in huilen uit. Ik begreep niet waarom, maar duidelijk was dat dit niet langer ging. Ik was overprikkeld en over mijn grenzen gegaan. Bovendien voelde ik me paniekerig, omdat ik geen controle had over de situatie en er zo aangedrongen werd. Eigenlijk was vooral het gevoel dat ik geen keuzevrijheid had de grote trigger voor mijn emoties.

Juist voor mensen met autisme is alles in de wereld al zo ongecontroleerd en onverwachts. Het gevoel iets te moeten en geen keuze te hebben is dan ook zeer benauwend. Natuurlijk had ik wel een keuze, maar op dat moment voelde het niet zo. Ik wilde mijn studiegenoten niet teleurstellen door naar huis te gaan in plaats van mee de stad in.

Het is dus zeer belangrijk om de wensen van iemand met autisme te respecteren. Natuurlijk hoef je niet altijd mee te gaan in wat die persoon wil, maar dring zeker niet aan. Als hij of zij bijvoorbeeld eerder weg wil bij een uitje of een verjaardag, respecteer dit dan. Aandringen om langer te blijven omdat het zo gezellig is, kan zeer benauwend werken. Wel kun je samen naar een tussenweg zoeken, waardoor langer blijven wellicht minder vermoeiend is.

2. Ongevraagd aanraken

Het is verstandig om mensen met autisme niet ongevraagd aan te raken. Misschien denk je nu: dat geldt toch eigenlijk voor iedereen? Dat is waar. Maar mensen met autisme zijn vaak extra gevoelig voor aanrakingen.

In het verleden is het geregeld voorgekomen dat iemand even mijn schouder aanraakte en ik zowat van mijn stoel sprong. Gemoedelijke tikjes op de knie, een knuffel of andere aanrakingen zijn voor veel mensen heel vanzelfsprekend. Meestal wordt er niet eens bij stilgestaan. Maar mensen met autisme kunnen er erg van schrikken.

Natuurlijk verschilt het per persoon wat wel en niet gewenst is. Het beste wat je kunt doen is gewoon even vragen of iets oké is. Merk je dat iemand erg verdrietig is? Vraag dan gewoon of je een arm om hem of haar heen mag slaan of een knuffel mag geven. Hiermee waarschuw je ook meteen dat er een aanraking aankomt

3. Gevoelens niet serieus nemen

Ook dit geldt eigenlijk voor alle mensen: willen we niet allemaal dat onze gevoelens serieus genomen worden?

Toch is dit bij mensen met autisme extra belangrijk. Veel mensen met autisme zijn hooggevoelig, waardoor gebeurtenissen zeer intens beleefd worden. Een nare gebeurtenis kan een vloedgolf aan emoties teweeg brengen, met huilbuien of woede-uitbarstingen als gevolg.




Ook bepaalde opmerkingen kunnen hard aankomen, terwijl ze eigenlijk goed bedoeld waren. Dit overkomt mij nog steeds geregeld. Gelukkig kan ik tegenwoordig rustig uitleggen dat iets onprettig op mij is overgekomen. Helaas wordt hier niet altijd fijn op gereageerd. Ik krijg wel eens opmerkingen als: ‘je neemt de dingen ook zo zwaar op’ en ‘wat trek je je het ook altijd aan’. Hierdoor voel ik mij alleen maar onbegrepen, alsof ik niet mag zijn wie ik ben en alsof de ander mij niet wil begrijpen.

Als iemand met autisme van slag raakt, is het dus zeer belangrijk om de gevoelens serieus te nemen. Misschien begrijp je de reactie niet. Dat is niet erg. Soms is het ook moeilijk te begrijpen. Maar je kunt wel vragen wat er in de ander omgaat en waarom het hem of haar zo raakt. Zo toon je interesse en laat je zien dat je het wel wilt begrijpen.

Gevoelens zijn gevoelens en die kun je moeilijk uitschakelen. Mensen met autisme voelen dingen nu eenmaal op hun eigen manier en kunnen daar vaak niets aan doen. Erken hun gevoelens en veroordeel niet. Onderzoek of er iets is wat je kunt doen en vraag wat de ander nodig heeft. Zo help je de ander.

 

Wat vindt jij lastig in het contact met mensen met autisme?

Comments

  1. Wat heb je dat goed beschreven allemaal; je kunt goed uitleggen! Misschien kun je ook nog het omgekeerd maken: drie dingen die juist wel aan te raden zijn, al staat dat hier eigenlijk ook al een beetje in. Leuk artikel iig en geeft weer wat goede inzichten.

Speak Your Mind

*