Leren omgaan met paniekaanvallen: mijn herstelverhaal

paniek

Ik was een jaar of negentien. Na een bioscoopuitje met een vriendin in Amsterdam zat ik in de trein naar huis. Het was donker buiten. Ik staarde door het raam naar de voorbij vliegende lichtjes.

Al in de bioscoop had ik onregelmatig en oppervlakkig zitten ademhalen, en het was niet gestopt. Opeens besefte ik dat de ramen niet open konden. Ik was alleen en werd overvallen door een onbehagelijk gevoel. Plotseling drukte mijn borst zich ineen. Ik hapte naar adem, maar het leek wel stikstof. Ik begon te hijgen, hopend op zuurstof, op iets wat mijn groeiende angst zou kunnen verjagen. Mijn hart begon sneller te kloppen. Zweetdruppels vormden in mijn samengeknepen handen. Ik kon er niet uit. Ik kon er verdomme niet uit.

Ik vluchtte de coupé uit en zakte bij het toilet op de grond, bang om onderuit te gaan. Tranen stroomden over mijn wangen. Paniek overspoelde me als een vloedgolf. Kon iemand me maar helpen. Ik dacht dat ik doodging. Bij het eerstvolgende station stond ik in de deuropening, happend naar lucht. Ik overwoog uit te stappen, maar wist dat ik dan nooit thuis zou komen. Ik bleef, en zat de laatste tien minuten uit in een staat van panische angst. Thuis kon ik alleen nog maar liggen, overdonderd door wat er was gebeurd, maar opgelucht dat ik veilig thuis was. Toen besefte ik het: ik had mijn eerste paniekaanval gehad. En dit was mijn eerste burn-out.

 




Dit kon niet langer

Een periode van intense paniekaanvallen volgde. Hoewel er niemand was die mijn plotselinge angst begreep, uitte ik mijn gevoelens aan mijn moeder en een goede vriendin, Anita. Mijn moeder nam me dagelijks mee naar buiten, maar na een minuut of tien vluchtte ik hyperventilerend naar huis. Anita kwam geregeld langs voor een middagje samen zingen en schudde me wakker door te zeggen: ‘Dit is niet alleen paniek. Dit is straatvrees.’

Toen besefte ik dat dit niet langer kon. Ik kon dit niet laten gebeuren. Mijn leven verschrompelde zich tot thuis, de buitenwereld ver en onbereikbaar. Ik begon stapjes te zetten: samen met Anita in de trein, eerst een station en later een half uur. Mijn tante bleek ook paniekaanvallen te hebben gehad. Zij vertelde me dat afleiding kon helpen, zoals lezen of iets eten. Gewapend met deze tips startte ik mijn eigen exposure-therapie: ik deed alles wat ik eng vond en begon terrein te winnen. Toen ik eindelijk terecht kon bij een cognitieve gedragstherapeut, was ik al half op weg. Maanden therapie maakten van mij een gesterkt mens.

Terugval

Een jaar of tien bleef het rustig, op lichte angstaanvallen in de bioscoop na. Tot een jaar of drie geleden. Een goede vriendin raakte in mijn bijzijn in paniek. Hoewel ik haar goed kon steunen en kalm bleef, bleek dit een trigger te zijn. Kort daarop zat ik hyperventilerend op de bank. Mijn oude angst keerde met een klap terug: ik durfde amper naar buiten, naar de supermarkt, laat staan verder.




Ik kon het niet toestaan, niet weer. Opnieuw startte ik mijn eigen exposure-therapie: buiten wandelen, toch naar de supermarkt, toch met de bus. Ik besefte dat er maar één persoon was die mij echt kon helpen: ik zelf. Toen ik naar de Spaanse les ging, stond ik hyperventilerend en huilend in het toilet. Ik dacht aan de andere cursisten, hoe ze zouden schrikken als ik zo binnen liep. Ik kon naar huis gaan, maar wist dat ik dan nooit meer zou durven gaan. De angst zou alles opslokken.

Ik nam een beslissing: ik zou het lokaal binnenlopen en het iedereen vertellen. Overstuur liep ik naar binnen, sprak de docent aan en vertelde vervolgens de hele groep over mijn angst. Er werd begripvol gereageerd en mijn angst zakte. Alleen al het uitspreken van mijn gevoelens zorgde voor opluchting en een gevoel van steun vanuit de groep.

Steun

Ook de vriendin die in mijn bijzijn in paniek raakte vormde een grote steun. Het feit dat zij precies wist wat ik voelde was zo’n troost. Ik stond niet alleen. Een half woord was genoeg. We weten allebei hoe afschuwelijk paniek is.

Toch is er een persoon die mij het meest heeft gesteund: ikzelf. Door mijn angst aan te gaan, door mijzelf opbouwend bloot te stellen aan dingen die ik eng vond, baande ik een weg naar vrijheid.

Een overwinning

Het was maart 2018. Nerveus stond ik in de rij bij de gate op Luchthaven Weeze. Ik was alleen en staarde naar het Ryanair-toestel dat kleurrijk vanuit de mist opdoemde. Kort erop installeerde ik me op mijn zitplaats, lekker bij het raam. Nog nooit was ik zo nerveus geweest, of zo enthousiast. Ik ging voor het eerst alleen op vakantie, naar Malta! Eindelijk stegen we op. Ik slaakte en zucht en haalde ontspannen adem. Ik kon dit. Ik ging alleen op reis en het zou geweldig worden. En zo was het! Het was de eerste reis dat jaar, want in augustus vloog ik naar Tenerife. Wie weet wat er dit jaar volgt?